|
Ongetwijfeld in het kader van mee willen doen met Europese vorsten richt
maharadja Sri Chamarajendra Wodeyar, in 1892 de Mysore dierentuin
op. Alleen het beste is goed genoeg voor de zomerpaleiszoo die in 1909 zijn naam
krijgt, de Sri Chamarajendra Zoological Gardens. De Duitse beplantingsexpert
en landschapsarchitect
Krumbeigal maakt het ontwerp en de dierenverblijven zijn ruim van opzet. De collectie wilde dieren
moet indruk maken op belangrijke gasten. Enkele jaren later breidt de tuin
uit van 4 naar 18 hectare en krijgt de Australiër Huge de leiding.
Begin 20e eeuw stelt de maharadja de zoo open voor het grote publiek. Met
brochures en ansichtkaarten zet hij zijn educatieve bedoelingen kracht bij.
Eerste helft 20e eeuw
De maharadja streeft naar een collectie van hoog niveau en
dat is nog altijd merkbaar. Tijdens zijn reizen naar Europa en Afrika ruilt hij giraffen, chimpansees en beren
tegen wilde dieren uit India. Maar
hij doet ook jarenlang zaken met handelaren die ook het transport voor hun
rekening nemen, zoals de Duitse dierenhandelaar en zoo-eigenaar Ruhe. De
maharadja ontfermt zich over weesdieren, laat exotische dieren fokken en
in Khedda gevangen jonge olifanten dresseren om die later weer
naar andere dierentuinen te distribueren.
Na de onafhankelijkheid gaan zoo en personeel in 1948 over naar het
Departement van parken en tuinen, in 1972 naar Bosbeheer en in 1980
naar de Autoriteit voor Dierentuinen in de
Indiase staat Karnataka.
De
oude zoo
Het oude deel is nog duidelijk in het grondplan herkenbaar met een vogellaan, roofdierenverblijf, perkjes, een koepeltje en een
fontein in de kitscherige paleisstijl. Het wandelpad leidt wel naar de
ingebruikzijnde verblijven maar de massa laat het lege deel intuïtief links
liggen. Het is dus heel rustig in de oude symmetrisch aangelegde tuin. Vanaf een achthoekig paviljoen
steken de afscheidingen tussen
helmcasuaris, struisvogels en gaurs als spaken uit een wielnaaf. Het doet denken
aan de barokke
menagerie. Links
van de ingang bevinden zich stafgebouwen en een borstbeeld van de oprichter.
De
zoo vandaag
Maar het grootste deel van
de tuin is later aangevoegd met uitzonderlijk veel ruimte voor dieren. In de
jaren 60 slaagt directeur Marigowda erin de zoo van 18 naar 100
hectare op te schalen (inclusief zo'n 40 hectare Karanjimeer). Een
wandelpad van 3,5 km voert overal langs. Het is druk met veel Indiase
families.
Mysore Zoo is een echte collectiedierentuin met een gebruikelijke Europees aandoende verzameling.
Uiteraard veel olifanten, Afrikaanse en Aziatische met verzorgers die bij de
dieren blijven. Wel negen tijgers waaronder één witte, meer dan in sommige
reservaten. We zien ook drie leeuwen, een cheeta en een gevlekte panter
(jaguar).
Giraffen, witte en zwarte neushoorns en nijlpaarden. Tapirs, idioot veel
herten, nijlgaus en vogels. Indiërs vinden pauwen in een kooi helemaal
fantastisch. De zoo gaat er prat op als enige tuin in India een gorilla te
hebben. Deze enige echte gorilla in India bevindt zich in het moderne deel
in een grotto-achtig verblijf. In de apenhoek zien we verder twee
chimpansees, een zeldzame leeuwenstaartmakaak en mantelbavianen. Bijzonder
is de rode hond of Aziatisch wilde hond en de reuzeneekhoorn.
Het slangenhuis waar de dieren in etalages wonen komt uit op
een loopbrug waar bezoekers neerkijken op allerhande krokodillen en
Gangesgavialen. Even later voert het pad je door het hoge verblijf van de
zwarte en witte zwanen. In het nachtdierenhuis is het verdacht stil.
De zoowinkel ligt er erg verlaten bij maar de dierentuin
biedt
verschillende frisdrankkraampjes en een wat grotere met een kantine.
Slecht in het nieuws
De Afrikaanse olifant staat er zwaar geketend bij. De zoo is verschillende
keren in opspraak geweest vanwege slechte verzorging van dieren. In 2004
hebben verschillende dieren (van emoe tot en met olifant) op mysterieuze
wijze de dood in Mysore zoo gevonden. |