|
Onder leiding van János Xantus gaan
in 1866 de zoölogische en botanische tuinen Budapest van start op wat dan randje
stad is. Het publiek kan 500 dieren in 11 gebouwen bekijken. Tussen 1907 en 1912 vindt een heftige verbouwing plaats en
krijgt de zoo zijn huidige indeling. In plaats van de exotisch getinte
dierenverblijven die je zou verwachten, staan er schuren, stallen en
boerenoptrekjes die aan het Hongaarse platteland doen denken. Deze nationale
folklorestijl is van bouwmeesters Károly
Kós en Dezsö Zrumeczky. De namaak Grote en Kleine Rotsen en de rij
transylvanische gebouwen zijn van de hand van Károly Kós. In
WOII zijn verscheidene gebouwen verwoest. De zoo
trekt jaarlijks tussen de 1,7 tot 2 miljoen bezoekers.
-
Vanaf de jugendstil hoofdingang van Kornél
Neuschloss linksaf slaand zie je een grote vijver tegenover de Japanse tuin (1965).
-
Het palmhuis staat op de monumentenlijst en herbergt exotische planten, tropisch aquarium, terrarium en
krokillenhuis. Op de kelderverdieping is een zee- en koudwateraquarium.
-
In 1985 is het Károly Kós vogelhuis (ook
een monument) gemoderniseerd; het heeft onder andere een vrije-vlucht voličre.
Daarnaast de voličre met roofvogels.
-
Vlakbij de rotsen pelikanen en ijsberen.
-
Een kleine zoogdierenhuis.
-
Een verzameling apen waaronder orang utans.
-
De otters zijn onder en boven water te aanschouwen.
-
Naast de roofdieren zijn luipaarden
gehuisvest.
-
Beren naast kangoeroes.
-
Grevy zebra's in het Afrikahuis.
-
Gnoes en antilopen.
-
Daartegenover het Aziëhuis.
-
Giraffen en een insectarium aan de kant van de
Grote Rotsen.
-
Daartegenover het nieuwe mensapenhuis.
Olifantenhuis
Het olifantenpaviljoen is tussen 1909 en 1912 opgetrokken naar een ontwerp van
Kornél Neuschloss, hoogleraar bouwkunde in Budapest. Het is art nouveau met
oosters aandoende elementen. Keramieken tegels van de Hongaarse manufactuur
Zsolnay verfraaien de daken, hoefijzerbogen, mozaďekvloer. Minaret en koepel.
verwijzen naar de overheersing door de Ottomaanse Turken. Na protest van Turkse zijde is de minaret in 1915 afgebroken.
Wanneer de
verwarming het na WOII nog blijkt te doen, vinden alle levende zoo-dieren een tijdelijk
onderkomen in het olifantenhuis. Hierop volgt een lange periode van
leegstand en verval tot in de jaren 90 het idee postvat om het gebouw in
originele staat terug te brengen. Na een complexe opknapbeurt van 1997 tot in
1999 waarin
ook de minaret terugkeert, lopen er nu weer olifanten, neushoorns en nijlpaarden
bij het olifantenhuis.
In 2000 is het olifantenhuis de Europa Nostra medaille ten deel gevallen,
vanwege de 'van gevoeligheid getuigende en precieze restauratie van dit opvallende voorbeeld van Hongaarse
art-nouveau-architectuur'. Tegenwoordig is het olifantenhuis een beschermd
monument
|